Pootaardappelen en beheersing van Erwinia

Erwinia (Stengelnatrot en zwartbenigheid) is een van de grootste bedreigingen van de Nederlandse pootgoedteelt, het is een bacterie ziekte die veel vuldig voorkomt en er zijn tot op heden geen duidelijke oplossingen. Op ons bedrijf zijn we toch van mening dat er bepaalde factoren zijn die erg belangrijk zijn om zo min mogelijk last te krijgen van Erwinia. Wij denken dat er misschien wel 100 factoren mee spelen in een complexe schaalverdeling van infectie druk. Om alle factoren goed te doen lukt in de praktijk niet en het zou de kost prijs enorm doen oplopen, het streven om daar evenwicht in te vinden is lastig maar wel belangrijk.

Een aantal maatregelen die wij nemen tergen Erwinia. Om gezonde en nieuwe partijen te krijgen werken wij met het traditionele stamselectie systeem en d.m.v. de aankoop van mini knollen. Alle 1,2,3, jarige stammen van de 15 rassen staan op de huiskavels, dit is ongeveer 24 ha. In de spuitsporen staan geen stammen, hier worden Riviera SE gepland en worden als E afgeleverd.

De selectie is wat bacterie betreft een controle bij ons, als er in een perceel bacterie gevonden word is dat een teken dat deze stam niet goed is. Het er dan uithalen van de zieke planten heeft geen nut om dit perceel weer gezond te maken. In onze optiek is de partij dan al teveel latent besmet. De zieken planten worden er uiteraard wel uitgehaald i.v.m. de veldkeuring. Tijdens de selectie vinden we het belangrijk dat het gewas droog is, zodat er minder kans op versmeering is. Als de knollen aan de maat zijn worden de meeste percelen eerst volvelds dood gespoten. Door een lage stikstof gift is er maar weinig middel nodig. Na 1 a 2 weken klappen en spuiten we nogmaals om met de oogst geen last van het loof te hebben en de kans op hergroei en Phoma te verkleinen. We beginnen met de oogst als de moederknollen helemaal verteerd zijn en dus geen versmeering veroorzaken. De 24 ha 1,2,3 jarige stammen rooien we rechtstreeks in kisten. (de 1 jarige met de hand in gaasbakken) Na het drogen wachten we zolang mogelijk met sorteren. Al het eigenpootgoed gaat over een aparte sorteermachine. Het eigenpootgoed kunnen we dus sorteren wanneer we dat willen, over het algemeen worden de aardappelen die in de talent bewaring gaan eind oktober gesorteerd. De rest in december en januari. De niet talent aardappelen gaan na het sorteren ongeveer 2 maanden in de mechanische koeling. Eind februari zetten we deze samen met de talent bewaarde aardappelen buiten op de natuurlijke trek, deze aardappelen worden dan allemaal 1 keer gedraaid. Meestal is dit dan voldoend om ze tot aan het poten zo te laten staan.

Naast deze twee systemen van bewaren gebruiken we nog het ouderwetse voorkiemsysteem met gaasbakken ongeveer 25 ha. Al met al is ons streven zo min mogelijk met de aardappelen te doen en hun natuurlijke periodes niet te veel verstoren. De Erwinia bacterie is in principe overal aanwezig, in regenwater, de grond, planten men vermoed zelfs dat het mogelijk is dat insecten Erwinia bij zich kunnen hebben. Wij denken dat je de bacterie dus niet te veel moet verwennen, dus niet de kans laten geven om zich in de aardappelen te ontwikkelen. Met een aantal factoren die we wel weten kan je dit wel concluderen: vocht is bacterie, beschadiging (vellen) is infectie poort, moederknol is bacterie bom, geen natuurlijke periode is aardappel zwak maken.

Copyright © 2017 - Gerealiseerd door ACF Bentveld Webs & Apps